(Zie ook "APIS-hokken")
Theo Peeters
In nummer 19 (april 2004) van deze nieuwsbrief werd de doorstart van het atlasproject Bijen aangekondigd. Intussen verscheen in november 2004 in de serie Fauna van Nederland deel 6 De wespen en mieren van Nederland. In voorbereiding voor deze prachtige boekenserie zijn de delen over Dagvlinders, Amfibieën en reptielen, Zweefvliegen en Bijen. Drie boeken dus nog te gaan voordat de Bijen aan de beurt zijn. Als elk jaar 1 nieuw boek in de serie verschijnt, zou in 2009 het bijenboek kunnen verschijnen. Een mooi vooruitzicht.
Maar welke vorderingen hebben we inmiddels gemaakt?
We hebben een genus- en soortenteam van 7 auteurs samengesteld en de genera en vrijwel alle soorten zijn verdeeld. Daarnaast zijn we begonnen aan de hoofdstukindeling van het bijenboek. Met de indeling van de hoofdstukken zijn we een heel eind gevorderd en de auteurs die de hoofdstukken en delen daarvan gaan schrijven zijn of worden inmiddels benaderd. Tevens is er ter ondersteuning van dit schrijfwerk een website gemaakt voor de auteurs.
In 2004 verscheen de Nomada-tabel van Jan Smit in het tijdschrift Nederlandse Faunistische Mededelingen. De Sphecodes-tabel van Jeroen de Rond is in een vergevorderd stadium en wordt hopelijk snel gepubliceerd.
In 2005 verscheen een tabel vanuit het Belgische bijenkamp. Dries Laget schreef een tabel tot de genera van de bijen met gebaseerd op enkele Duitse determinatietabellen. Voor een bespreking van dit werk zie onder de literatuur in deze nieuwsbrief.
We zijn dus weer een stapje dichter bij een Nederlandstalige determinatietabel voor alle bijen.
Inmiddels is Ivo Raemakers tijdelijk aangesteld bij EIS-Nederland in de tijd dat Menno Reemer in Suriname verblijft Twee dagen in de week van februari tot en met april van 2006 werkt Ivo aan het controleren van onzekere of twijfelachtige bijenrecords in de bijendatabank van EIS-Nederland. Hij wordt geholpen door Jeroen de Rond die bijen in de collectie van het Zoologisch Museum te Amsterdam controleert. Daarnaast is Frank van der Meer bezig met het determineren van de groefbijen in de collecties van Leiden en Amsterdam; heeft Jan Smit de Nomada's in Amsterdam bewerkt en is hij ook begonnen aan het niet gedetermineerde materiaal van de wespbijen in het NNM te Leiden; en werkt Mervyn Roos door aan de hommel-collectie in het museum te Amsterdam.
Oftewel: er wordt door enkele specialisten hard gewerkt om nog zoveel mogelijk ongedetermineerd bijenmateriaal in de Nederlandse collecties op naam te brengen en determinaties te controleren.
Zelf ben ik begonnen aan een inhaalslag voor de bewerking van mijn eigen collectie. Ik heb door allerlei omstandigheden enkele jaren achterstand opgelopen wat betreft determinaties. Daarnaast verzamelen we op mijn werk bij Stichting Bargerveen enorme hoeveelheden angeldragers o.a. in Nederlandse stuifzanden en kalkgraslanden, waarvan ikzelf grotendeels het determinatiewerk verricht. Uiteraard willen we deze grote hoeveelheden materiaal graag toevoegen aan de databank van EIS-Nederland.
In 2007 wil ik het achterstallige controle- en determinatiewerk zoveel mogelijk wegwerken. Ik heb de hulp ingeroepen van enkele collega's om mijn bijendeterminaties te controleren en resterende bijen en wespen te determineren. Als werkplek is gekozen voor het Natuurmuseum Brabant te Tilburg. De determinatiedagen vallen steeds op dinsdag omdat dan de insectenwerkgroep van de KNNV-afdeling Tilburg actief is en we tussen 9.00 en 22.15 uur makkelijk gebruik kunnen maken van werkruimte en materiaal. Op 7 maart jl. hebben we samen met Frank van der Meer een eerste determinatiedag gehad in het Natuurmuseum Brabant. Op 28 maart volgde een tweede DDT met als onderwerp Halictus & Lasioglossum. Tijdens DDT3 op 4 april gingen we aan de slag met spinnendoders waarbij ook Hans Nieuwenhuijsen aanwezig was. Andere determinatiedagen in Tilburg zijn in voorbereiding.
Collega's of andere mensen die graag mee willen liften op die determinatiedagen in Tilburg kunnen zich aanmelden bij Theo Peeters (tel. 013-4560116 of email: t.peeters@science.ru.nl).
Nu het bijenproject volop draait zou het natuurlijk zeer wenselijk zijn als de studiedagen van de sectie Hymenoptera van de NEV in 2007 en 2008 besteed zouden worden aan bijengroepen. Er zijn genoeg bijengroepen die onderwerp van studie kunnen zijn zoals de Andrena minutula- en A. ovatula-groep, de Bombus terrestris-groep, Coelioxys en Megachile, de Hylaeus brevicornis-groep en de Sphecodes miniatus-groep. Ook zou bijvoorbeeld gekozen kunnen worden voor een studiedag waarop de specialisten de moeilijke en/of ongedetermineerd beesten van de overige deelnemers sorteren en op naam brengen.
Naast het collectiewerk gaat ook het verzamelen van nieuwe gegevens door. Het project APIS-hokken is het speerpunt in het veldwerk. Voor meer over dit witte hokkenproject verwijs ik hier naar een kort overzicht elders in deze nieuwsbrief.
Inmiddels hebben we na enig overleg een website voor bijenfotografen gemaakt. Hierop kunnen geinteresseerden zelf hun bijenfoto's tonen.
Tim Faassen is verantwoordelijk voor de gang van zaken. Als je interesse hebt of mensen kent die mooie foto's van bijen maken, kijk dan eens op onze mooie website: bijenfotografie .
Tenslotte is Arjan van der Veen een website begonnen voor vragen en recente waarnemingen op Hymenoptera-gebied. Hierop kunt u terecht via NEV-Hymenoptera .
Naast de bovenstaande drie nieuwe plekken op het internet is ook onze eigen website als onderdeel van de NEV-website nog steeds actief. Daarop kunt u nog steeds de belangrijke zaken van onze sectie volgen. Dus kijk vooral op: www.nev.nl/hymenoptera
Teamwerk is het belangrijkste woord voor het slagen van het bijenproject. Op alle terreinen die bij het opstarten van dit project in 2004 werden genoemd zijn we actief. De treinen rijden en het is nu nog een kwestie van enkele tientallen wissels en een paar stations voordat ze het eindstation 'Bijen in Nederland' bereiken. We houden u op de hoogte.