Sectie hymenoptera van de Nederlandse Entomologische Vereniging

Literatuur
Home>Literatuur>CONCURRENTIE APIS

Concurrentie tussen
honingbijen en andere bijen

Theo M.J. Peeters, april 2004

In het rapport 'Concurrentie tussen honingbijen en andere bloembezoekende insecten' (Smeekens et al. 1998) wordt voor beheerders van natuurterreinen het volgende aanbevolen.

'De invloed die beheerders van natuurterreinen hebben op het aantal foeragerende honingbijen in deze terreinen is beperkt. Wanneer bijenvolken worden geweerd, kunnen bijenvolken die net buiten een terrein worden geplaatst toch een flink gebied bestrijken. Een plaatsingsbeleid, dat in overleg met de bijenhouderij wordt vastgesteld en door hen wordt ondersteund, heeft dan ook de voorkeur. Omdat er geen goed onderbouwde onderzoeksgegevens zijn is de richtlijn voor het plaatsingsbeleid die de praktijk geeft het beste. Deze is: Om concurrentie tussen bijenvolken te voorkomen is een maximum van 4 bijenvolken per ha bij massaal bloeiende planten, bomen en struiken zoals grienden, heide en zeeaster een goede maat. Zolang niet zeker is dat dan voldoende voedsel aanwezig blijft voor de andere bijen kan de beheerder het aantal volken hiervoor verlagen. In natuurterreinen zonder massaal bloeiende gewassen is maximaal twee á drie bijenvolken per honderd ha een bruikbare norm. Hierbij kan de beheerder ook rekening houden met bijenvolken die in de directe omgeving van de natuurterreinen aanwezig zijn.'

Er is zover mij bekend geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar dichtheden van honingbijen en honingopbrengsten. De beschikbare informatie die ik in de beperkte literatuur hierover heb gevonden is wellicht gebaseerd op ervaringen van imkers. In tabel 1 is die informatie grotendeels samengevat.

Tabel 1. Aantal honingbijvolken per (aaneengesloten) dracht of gebied volgens verschillende auteurs.
Kuypers 1997 Brugge et al. 1998 Smeekens et al. 1998 Steffan-Dewenter & Tscharntke 2000
1 volk / ha bosbes


2 volken / ha struikhei 1 volk / ha struikhei 4 volken / ha struikhei
3 volken / ha wilg
4 volken / ha wilg
4 volken / ha phacelia


5 volken / ha koolzaad


6 volken / ha linde



1 volk / ha lamsoor


0,5 volk / ha wilgenroosje



4 volken / ha zeeaster
1 volk / 10 ha woonwijk




2-3 volken / 100 ha 3.1 volken / 100 ha

Literatuur

  1. Brugge, B., E. van der Spek & M. Kwak, 1998. Honingbijen in natuurgebieden? - De Levende Natuur 99: 71-76.
  2. Kuypers, A., 1997. Druk op drachtgebieden. - Bijen 6: 3-4.
  3. Smeekens, C., 1998. Concurrentie tussen honingbijen en andere bloembezoekende insecten. - Ministerie van LNV, IKC Landbouw, Ede, 46 p.
  4. Steffan-Dewenter, I. & T. Tscharntke, 2000. Resource overlap and possible competition between honey bees and wild bees in central Europe. - Oecologica 122: 288-296.