Sectie hymenoptera van de Nederlandse Entomologische Vereniging

Literatuur
Home>Literatuur>EERSTE HULP

Een Selectie Uit

Eerste Hulp voor Wilde Bijen

Bijenvriendelijk beheer van natuurgebieden

Theo Peeters en Menno Reemers
European Invertebrate Survey - Nederland
2002

omslag eerste hulp

Wie aan bijen denkt, denkt meestal aan de honingbij. Weinig mensen weten dat er meer dan 300 andere bijensoorten in Nederland voorkomen. Deze 'wilde bijen' hebben mooie namen als vosje, roodgatje, pluimvoetbij en zilveren fluitje. Deze folder legt uit wat u kunt doen voor de wilde bijen in een natuurterrein. Kleine ingrepen kunnen grote gevolgen hebben voor de bijenfauna.

Wat kunt u doen?

Voor een bij is het belangrijk dat er zonnige nestelplaatsen en bloemen in de buurt zijn. Hoe meer variatie in nestelplaatsen en plantengroei, hoe meer bijen er in een gebied kunnen leven.

De grootste bijenrijkdom is dus te vinden in bloemenrijk gebieden met een mozaïekpatroon van kleine, verschillende leefgebiedjes. Hieronder staan enkele tips die u kunnen helpen bij het aantrekkelijk maken van een gebied voor wilde bijen.

Nestelplaatsen

Dood hout is een bron van leven, ook voor bijen. Spleten, holten, holle takjes en vraatgangen van keverlarven kunnen als nestelplaats dienen. Ruim dood hout dus niet op, maar laat het liggen. Vooral op zonnige plaatsen, zoals bosranden, hebben bijen hier profijt van.

Oude houten paaltjes kunnen een goede nestelplaats zijn. Als deze aan vervanging toe zijn, laat ze dan naast het nieuwe paaltje staan en ruim ze niet op. Gebruik voor nieuwe paaltjes bij voorkeur onbewerkt hout.

Door braam- en vlierstruiken gedeeltelijk te snoeien, ontstaan nestelplaatsen in de holten van de besnoeide takken.

Zandpaadjes zijn goede nestelplaatsen voor in de grond nestelende bijen. Bedek deze dus niet met grind, houtsnippers of asfalt.

In steile, zonnige zandwandjes zijn vaak bijennesten te vinden. Probeer dergelijke wandjes daarom te handhaven.

Door op zonnige plaatsen de bovenste laag van de bodem te verwijderen (plaggen) kunnen nieuwe nestelplaatsen ontstaan.

Bescherm grote nestelplaatsen in de grond tijdens de vliegtijd tegen vertrapping door vee of mensen.

Door delen van rietkragen niet of om de drie à vier jaar te maaien, ontstaan nestelplaatsen voor bijen die in rietstengels nestelen.

Bloemen

Maai niet of gefaseerd gedurende de periode van eind april tot begin september, zodat bijen in het hele seizoen voldoende voedsel kunnen vinden.

Intensieve begrazing door vee is nadelig voor de bloemenrijkdom. Houd begrazing daarom beperkt.

Door eenvormige, dichtgegroeide graslanden gedeeltelijk af te plaggen, kan weer een bloemenrijke vegetatie ontstaan.

Sommige bloemen zijn meer geliefd bij bijen dan andere. Bijen hebben dus baat bij bescherming van groeiplaatsen van deze bloemen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat het maaien van de betreffende delen van de vegetatie niet tijdens of vlak voor de bloeitijd van deze planten mag gebeuren.

Belangrijke plantenfamilies voor bijen zijn composieten, schermbloemen, kruisbloemen, vlinderbloemen en lipbloemen. Verder zijn onder andere de volgende plantensoorten van belang: braam, centaurie, knoopkruid, klaver, klokjes, paardenbloem, rolklaver, slangenkruid, wilg, zandblauwtje. Kunstmatig inzaaien is af te raden, omdat dit een onnatuurlijke situatie schept.