Een Selectie Uit
Wim Klein
Jeugdbondsuitgeverij
1996
Middelgrote tot grote wespen (6-21 mm), met gele tekeningen op het achterlijf. Het borststuk is vaak ook van een gele tekening voorzien. Zij lijken veel op Crabro soorten, maar nestelen in dood hout of plantestengels. Zij jagen op vliegen.
Vrouwtjes hebben een pygidium op de laatste tergiet; mannetjes hebben geen pygidium, op één soort na (E. nigritarsus).
Dit genus wordt verdeeld in meerdere subgenera; vijf daarvan komen in de Benelux voor.
In Europa komen 25 soorten voor, waarvan dertien in de Benelux.
Snel zoeken:
| 1 | a. | mesonotum en tergiet-1 met een zeer korte rechtopstaande beharing; de antennale zone is aan de bovenkant door een fijne richel begrensd (fig. 115) | .....2 |
| b. | mesonotum, en gewoonlijk ook tergiet-1, met lange afstaande beharing; antennale zone zonder en richel aan de bovenzijde | .....4 | |
| 2 | a. | beharing van de clypeus goudkleurig; pronotum met een duidelijke doorn aan de zijkanten, die niet verbonden is met de pronotale lijst (fig. 116); clypeus als in fig. 117 | .....dives |
| b. | beharing van de clypeus zilverachtig; pronotum met een min of meer ontwikkelde doornen, die met de pronotale lijst zijn verbonden | .....3 | |
| 3 | a. | gele zijvlekken op het achterlijf nemen af in grootte vanaf tergiet-2; pronotum hoogstens met een smalle gele band | .....borealis |
| b. | gele zijvlekken op tergiet-2 & 5 het grootst; vaak tot een band versmolten; pronotum geel | .....guttatus | |
| 4 | a. | clypeus met een goudkleurige beharing derde antennelid tenminste drie keer zo lang als breed |
.....5 |
| b. | clypeus met zilverkleurige beharing derde antennelid meestal minder dan drie keer zo lang als breed |
.....8 | |
| 5 | a. | sterniet-5 & 6 met gele vlekken of banden; clypeus fig. 116 | .....sexcinctus |
| b. | laatste sternieten zwart | .....6 | |
| 6 | a. | richels tussen de zij- en achterkant van het propodeum;
clypeus als in figuur 119 ocellen vormen een stompe driehoek |
.....lapidarius |
| b. | propodeum zonder richels tussen de zij- en achterkant ocellen vormen meestal een gelijkbenige of gelijkzijdige driehoek |
.....7 | |
| 7 |
a. |
middenlob clypeus is smaller dan de afstand tussen lob en zijtand (fig. 120); derde antennelid is 3,5 keer zo lang als breed | .....ruficornis |
| b. | middenlob clypeus is breder dan de afstand tussen lob en zijtand (fig. 121); derde antennelid is 4 keer zo lang als breed | .....cavifrons | |
| 8 | a. | mesopleuron glimmend, met enkele verspreide stippels borststuk zonder gele vlekken |
.....nigritarsus |
| b. | mesopleuron mat, gerimpeld of dicht bestippel borststuk meestal met gele vlekken, vrijwel altijd op de schouders |
.....9 | |
| 9 | a. | mesonotum en schildje met een min of meer duidelijk
'gestreepte' structuur derde tergiet met gele band; grootte 11 - 21 mm |
.....10 |
| b. | mesonotum en schildje bestippeld of met een 'netvormige'
structuur derde tergiet meestal zwart; grootte 6,5 - 14,5 mm |
.....12 | |
| 10 | a. | de gestreepte structuur van het mesonotum is onregelmatig met
stippels tussen de strepen; tergiet-1 zonder lange haren propodeum meestal met gele vlekken |
.....lituratus |
| b. | de gestreepte structuur van het mesonotum is regelmatig, zonder stippels tussen de strepen, tergiet-1 met lange afstaande haren | .....11 | |
| 11 | a. | schouders hoekig of zelfs als een doorn uitstekend; onderrand van de clypeus met twee kleine tandjes (fig. 125) | .....fossorius |
| b. | schouders afgerond van vorm; onderrand van clypeus afgeknot
(fig. 122) propodeum zwart |
.....cephalotes | |
| 12 | a. | derde antennelid meer dan twee keer zo lang als breed; duidelijk langer dan het vierde; clypeus met een brede stompe middenlob (fig. 123); grootte 9,5 - 14,5 mm | .....continuus |
| b. | derde antennelid net twee keer zo lang als breed, niet of nauwelijks langer dan het vierde lid; clypeus met een smalle vooruitstekende middenlob (fig. 124); grootte 6,5 - 9,5 mm | .....rubicola | |
![[De laatste twee figuren in deze determinatietabel] fig. 124 & 125](Ectvrouwclyp2.gif)
| 1 | a. | mesopleuron glimmend, met een verspreide bestippeling;
laatste tergiet met een pygidium dijen geheel zwart |
.....nigritarsus |
| b. | mesopleuron mat door een gestreepte of gerimpelde structuur; laatste tergiet zonder pygidium | .....2 | |
| 2 | a | antenneleden zonder tanden of andere vervormingen | .....3 |
| b. | antenneleden met tanden of anderszins vervormd | .....4 | |
| 3 | a. | metatars-2 verbreed (fig. 126); laatste antennelid afgeknot (fig. 127); tergiet-7 met lengtegroef; mesonotum niet bestippeld, maar fijn gestreept | .....cephalotes |
| b. | metatars-2 niet verbreed; laatste antennelid konisch van vorm (fig. 128); tergiet-7 zonder groef; mesonotum bestippeld en daarnaast al of niet gerimpeld | .....lituratus | |
| 4 | a. | trochanter-1 verbreed (fig. 129); mesonotum niet bestippeld,
maar fijn gestreept antenne als in fig. 130 |
.....fossorius |
| b. | trochanter-1 niet verbreed; mesonotum bestippeld en daarnaast al of niet gerimpeld | .....5 | |
| 5 | a. | derde antennelid tenminste drie keer zo lang als breed, met
een tand aan de binnenzijde zesde antennelid niet vervormd |
.....6 |
| b. | derde antennelid minder dan drie keer zo lang als breed,
zonder tand aan de binnenzijde zesde antennelid bij een aantal soorten vervormd |
.....9 | |
| 6 | a. | middelste tand op het derde antennelid met enkele gebogen haren (fig. 131) | .....sexcinctus |
| b. | middelste tand op het derde antennelid zonder beharing | .....7 | |
| 7 | a. | rugveld van het propodeum is door duidelijke lijsten gescheiden van de zijkant; bovenkant van het derde antennelid duidelijk gebogen (fig. 132) | .....lapidarius |
| b. | geen lijsten tussen rugveld en zijkanten van het propodeum; bovenkant van het derde antennelid nauwelijks gebogen (fig. 133 & 134) | .....8 | |
| 8 | a. | derde antennelid met duidelijke tand (fig. 133); beharing van de clypeus goudkleurig | .....cavifrons |
| b. | derde antennelid met weinig ontwikkelde tand (fig. 134); clypeus met zilverkleurige beharing | .....ruficornis | |
| 9 | a. | mesonotum en tergiet-1 met een lange afstaande beharing; gele tekening van tergiet-3 minder ontwikkeld dan die op tergiet-4, vaak geheel afwezig | .....10 |
| b. | mesonotum en tergiet-1 met een korte afstaande beharing; gele tekening van tergiet-3 minstens even goed ontwikkeld als die van tergiet-4 | .....11 | |
| 10 | a. | eerste en tweede lid van tars-2 in een doorn uitgetrokken (fig. 135); derde antennelid is meer dan twee keer zo lang als breed (fig. 136) | .....continuus |
| b. | eerste en tweede lid van tars-2 niet doornvormig verlengd; derde antennelid is nauwelijks twee keer zo lang als breed (fig. 137) | .....rubicola | |
| 11 | a. | metatars-2 duidelijk verbreed (fig. 138) | .....dives |
| b. | metatars-2 niet verbreed: zijkanten parallel | .....12 | |
| 12 | a. | derde antennelid is nauwelijks uitgesneden aan de onderkant; basis van dij-1 verbreed (fig. 139) | .....guttatus |
| b. | derde antennelid is duidelijk uitgesneden aan de onderkant; basis van dij-1 niet verbreed | .....borealis | |
![[Kenmerken, figuren 135 tot en met 139] fig. 135 - 139](Ectman3.gif)