Insecten in perspectief
De wereld zit barstens vol met insecten, al zie je daar buiten op een gure dag niet veel van. Dan zijn het de warmbloedige dieren met een dikke pels of verenkleed die je tegenkomt. Die kleine koudbloedig wezentjes zijn niet toegerust om dit soort akelig weer onbekommerd te trotseren. Ze zijn echter heel bekwaam in het zich verstoppen. De meeste zijn ook zo klein dat je tweemaal moet kijken om ze op te merken. Als ze zich bij aangenaam weer wel volop vertonen, dan zijn het er gelijk zo ontzettend veel en in allerlei soorten, dat je gewoon niet kunt bevatten wat er allemaal te zien is als je oog hebt voor het kleine. Het ligt dan voor de hand dat je een keuze maakt, je kiest je favorieten. Je kijkt alleen naar vlinders, libellen, sprinkhanen of bijen. Maar toch heeft het een voordeel als je je aandacht verdeeld over alle groepen van insecten. Dan ontvouwt zich het beeld van de evolutie in de insectenwereld. Deze evolutie begon voor insecten al meer dan 300 miljoen jaar geleden. Binnen de groepen van toenmalige geleedpotigen ontwikkelde zich een groep met een heel aparte lichaamsbouw die bestaat uit een kop met bek en zintuigen, een gespierd borststuk met drie paar poten en twee paar vleugels en daaraan vastgekoppeld een achterlijf waarin de voortplanting en spijsverteringorganen opgeborgen zijn. Deze constructie blijkt een gouden formule te zijn, er ontstonden insecten die kunnen leven onder de meest uiteenlopende levensomstandigheden.
Het feit dat geleedpotige dieren hun stevigheid ontlenen aan een verharde huid levert problemen met de groei. Deze dieren vervellen van tijd tot tijd waarbij ze zich uit hun oude pantser wurmen en een nieuwe levensfase beginnen met een uitwendig skelet dat een tijdje voldoende soepel is om mee te kunnen groeien. Dat vervellen is een levensgevaarlijk moment in het leven van een geleedpotige, maar insecten buiten dit nu juist weer uit. Dat telkens vervellen biedt namelijk ook een kans om het leven voor een tijdje anders in te richten met als perspectief dat het leven van jonge dieren heel anders kan zijn dan van de volgroeide dieren.
Gedurende de evolutie in de wereld van de insecten deed zich zo’n 60 miljoen jaar geleden weer een ingrijpende innovatie voor, de realisatie van een popstadium als schakel tussen het larvale stadium en het adulte stadium. Een ontwikkeling met zo’n verbindingstadium dat zich voltrekt op een beschut plekje maakt het mogelijk dat de bouw van de larven geheel afgestemd is om zo snel mogelijk te groeien en heel apart voedsel te benutten. Tijdens het popstadium vindt dan de ingrijpende ombouw plaats tot het volwassen insect, de imago. Dit stadium is toegerust voor het verkennen van de wijde omgeving en het voortplanten. De vele verhalen over de metamorfose gaan daarover: de rups wordt een vlinder, de larf een kever, de made een vlieg en de emelt een langpootmug. Bekijk je de sprinkhanen, steenvliegen of libellen, dan maak je kennis met de bouw van insecten zoals die al bestaat sinds het steenkooltijdperk, het Carboon 286 miljoen jaar geleden. Als je vlinders, wespen of vliegen beschouwd, krijg je het veel modernere bouwplan te zien van insecten die de wereld bevolken vanaf het tijdperk van het Krijt, 65 miljoen jaar geleden.
Kijk je oppervlakkig naar alle insecten dan kun je je een voorstelling maken hoe de evolutie verloopt, kijk je echter nauwkeurig naar een klein groepje van verwante insectensoorten, dan maak je kennis met het algemeen patroon dat er in iedere groep specialisaties optreden in lichaamsbouw en leefwijze die aangepast zijn aan het leven in bepaalde type landschappen. Je krijgt dan kijk op de ecologie van die soorten. Het draait telkens om de beginselen van hoe de insecten een bepaald soort voedsel kunnen bemachtigen en hoe ze de rovers en parasieten van het lijf kunnen houden. Verder valt altijd op hoe insecten zich in de loop van de seizoenen gedragen, hoe ze de winter doorbrengen en weer actief worden om op tijd te zijn voor het geschikte voedsel. Speciaal is het gedrag in de ruimte van de volwassen dieren die een voortplantingspartner moeten opsporen en de omgeving verkennen op zoek naar geschikte woonplekken. Let je op dit soort zaken, dan ben je bezig om van een insectensoort een ecologisch profiel samen te stellen. En dit leidt er toe dat je een idee krijgt hoe een insect werkt. Je beschouwt dan in feite een insect als een biologisch apparaatje. Maar dat is dan wel precies wat je moet weten als je iets over het beheer van natuurterreinen wilt zeggen als het om bedreigde insecten gaat. Een gemakkelijk te hanteren ezelsbruggetje daarbij biedt het schema van de vier ecologische functies.
| Ecologische functies | Acties van het insect | Meetbare eigenschappen |
|---|---|---|
| Voeden | benutten van mogelijkheden | voedsel voor larf en adult, gebruik van beschutting |
| Afweren | afweren van bedreigingen | verdedigen tegen rovers, weerbaarheid tegen ontberingen |
| Afstemmen | gedrag in de tijd | benutten van seizoenen, overleven van tegenslagen |
| Verkennen | gedrag in de ruimte | verplaatsen en oriënteren, opsporen van soortgenoten |
In ‘Ruimte voor insecten’ vind je in hoofdstuk 14, bladzijden 118-125, verder uitgewerkt hoe je ecologische profielen kunt hanteren in vraagstukken over de inrichting en het beheer van landschappen en natuurreservaten.
- haften Ephemeroptera 59
- libellen Odonata 69
- steenvliegen Plecoptera 28
- kakkerlakken Blattodea 9
- sprinkhanen en krekels Orthoptera 49
- oorwormen Darmaptera 6
- hout- stofluizen Psocoptera 56
- luizen Phthiraptera 145
- snavelinsecten Hemiptera 1676
- wantsen Heteroptera 600
- cicaden Auchenorrhyncha 364
- bladvlooien Sternorrhyncha Psylloidea 43
- witte vliegen Sternorrhyncha Aleyrodoidea 13
- bladluizen Sternorrhyncha Aphidoidea 600
- wol-, dop- en schildluizen Sternorrhyncha Coccinea 56
- thripsen Thysonoptera 147
- waaiertjes Strepsiptera 2
- kevers Coleoptera 4144
- kortschildkevers Staphylinidae 949
- snuitkevers Curculionidae 562
- loopkevers Carabidae 388
- boktorren Cerambycidae 91
- gaasvliegen Neuroptera Planipennia 54
- elzenvliegen Megaloptera 3
- kameelhalsvliegen Raphidioptera 6
- vlooien Siphonaptera 50
- schorpioenvliegen Mecoptera 5
- muggen Nematocera 1488
- vliegen Brachycera 3038
- vliegen en muggen Diptera 4500
- kokerjuffers, schietmotten Trichoptera 177
- vlinders Lepidoptera 2313
- dagvlinders 96
- nachtvlinders 810
- kleine vlinders 1407
- wespen en bijen vliesvleugeligen Hymenoptera 3984
- bladwespen Symphyta 512
- sluipwespen Parasitica 2700
- angeldragers Aculeata 772
| type insect | orde | aantal | bekende groep | aantal |
|---|---|---|---|---|
| ontwikkeling jonge insecten in het water | ||||
| haften | Ephemeroptera | 59 | ||
| libellen | Odonata | 69 | ||
| steenvliegen | Plecoptera | 28 | ||
| ontwikkeling jonge dieren op het land | ||||
| kakkerlakken | Blattodea | 9 | ||
| sprinkhanen | Orthoptera | 49 | ||
| oorwormen | Dermaptera | 6 | ||
| houtluizen | Psocoptera | 56 | ||
| luizen | Phthiraptera | 145 | ||
| jonge en adulte dieren leven van sappen die opgezogen worden | ||||
| snavelinsecten | Hemiptera | 1676 | ||
| wantsen | 600 | |||
| cicaden | 364 | |||
| bladvlooien | 43 | |||
| witte vliegen | 13 | |||
| bladluizen | 600 | |||
| schildluizen | 56 | |||
| thripsen | Thysanoptera | 147 | ||
| waaiertjes | Strepsiptera | 2 | ||
| er is een popstadium, groot verschil in leefwijze van larf en adult | ||||
| kevers | Coleoptera | 4144 | ||
| loopkevers | 388 | |||
| kortschildkevers | 949 | |||
| snuitkevers | 562 | |||
| boktorren | 91 | |||
| gaasvliegen | Neuroptera | 63 | ||
| vlooien | Siphonaptera | 50 | ||
| schorpioenvliegen | Mecoptera | 5 | ||
| groot verschil in leefwijze larf en adult, slechts twee vleugels | ||||
| vliegen en muggen | Diptera | 4500 | ||
| muggen | 1488 | |||
| vliegen | 3038 | |||
| kokerjuffers | Trichoptera | 177 | ||
| rupsen hebben kaken en kauwen hun voedsel, vlinders hebben een roltong en zuigen hun voedsel op |
||||
| vlinders | Lepidoptera | 2313 | ||
| dagvlinders | 96 | |||
| nachtvlinders | 810 | |||
| kleine vlinders | 1407 | |||
| groot verschil in leefwijze van larf en adult, zeer sterk gespecialiseerd | ||||
| wespen en bijen | Hymenoptera | 3984 | ||
| bladwespen | 512 | |||
| sluipwespen | 2700 | |||
| angeldragers | 772 | |||